Menu Sluiten

Studenten en fiscaliteit Bedragen inkomsten 2019 – aanslagjaar 2020

1. Wanneer moet het uitzendbureau bedrijfsvoorheffing inhouden op het loon van studenten?

Het uitzendbureau is in principe verplicht bedrijfsvoorheffing in te houden op de lonen betaald aan studenten.

Wanneer studenten slechts gedurende maximaal 475 uren per kalenderjaar – onder het studentenstatuut, m.a.w. aan een verminderde RSZ-bijdrage, “solidariteitsbijdrage” genaamd – worden tewerkgesteld, zal het uitzendbureau echter geen bedrijfsvoorheffing moeten inhouden op de lonen die worden uitbetaald.

M.a.w.: indien geen RSZ-inhouding, ook geen inhouding van bedrijfsvoorheffing.

2. Wanneer moet de student belastingen betalen?

Zoals iedereen die aan de personenbelasting onderworpen is, hebben studenten recht op een “belastingvrije som”. Dat betekent dat een deel van de inkomsten niet belast wordt. Voor het aanslagjaar 2020 (inkomsten 2019) bedraagt die belastingvrije som 8.860 EUR. Dit is voor iedereen hetzelfde bedrag voor inkomstenjaar 2019 en wordt dus niet meer gelimiteerd door een grensbedrag.

M.a.w., als het belastbaar inkomen het bedrag van de belastingvrije som niet overschrijdt, wat overeenkomt met een brutobedrag van 12.657,14 EUR (inkomsten 2019*), moet de student geen belasting betalen. De bedrijfsvoorheffing die door het uitzendbureau werd ingehouden, zal aan de student terugbetaald worden. Als het belastbaar inkomen het bedrag van de belastingvrije som wel overschrijdt, is het inkomen onderworpen aan belasting. Deze belasting is “progressief”. Het belastingtarief stijgt naarmate het inkomen toeneemt. De tabel van belastingheffing bevat vier inkomstenschijven en de belasting wordt berekend volgens een progressief tarief van 25% tot 50%:

Tarieven                           Inkomsten 2019 (EUR)

    25%                                       0 – 13.250

    40%                              13.250,01 – 23.390

    45%                              23.390,01– 40.480

    50%                                   vanaf 40.480

De inkomsten van de student moeten steeds beschouwd worden als persoonlijke inkomsten en mogen derhalve nooit gecumuleerd worden met die van de ouders. De student moet dus steeds een eigen belastingaangifte invullen.

* = Op voorwaarde dat de inkomsten uitsluitend bestaan uit bezoldigingen van werknemers, en op voorwaarde dat de beroepskosten forfaitair worden bepaald.

Om ten laste te kunnen zijn van de ouders moet de student aan drie voorwaarden voldoen:

1. Hij moet deel uitmaken van het gezin;

2. Hij mag geen lonen ontvangen die beroepskosten zijn voor de ouders. De FOD Financiën bevestigde dat het zonder belang is of die bezoldigingen aan de begunstigden uitbetaald worden door de belastingplichtige zelf dan wel door een uitzendbureau dat ze vervolgens aan de belastingplichtige doorfactureert. M.a.w., wanneer een student-uitzendkracht via een uitzendbedrijf tewerkgesteld wordt in het bedrijf van de ouders, zal de student niet meer ten laste kunnen blijven van de ouders.

3. De nettobestaansmiddelen mogen een bepaald bedrag niet overschrijden. Het maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen (voor de inkomsten 2019 – aanslagjaar 2020) om ten laste te blijven van de ouders is:

– als de ouders gezamenlijk belast worden: 3.330 EUR (= 4.162,50 EUR bruto);

– als de ouders alleen belast worden en de student fiscaal niet als gehandicapt wordt beschouwd: 4.810 EUR (= 6.012,50 EUR bruto);

– als de ouders alleen belast worden en de student fiscaal als gehandicapt wordt beschouwd: 6.110 EUR (= 7.637,50 EUR bruto).

nl_NLDutch
nl_NLDutch